In mijn sportbeleid investeer ik veel in het wegnemen van drempels. Ons Gewest kent een grote dualiteit en dat merk je ook in de sportparticipatie. Daarom wil ik in kwetsbare wijken een aanpak die meer op maat is van verschillende doelgroepen. Goede praktijken uitwisselen en netwerken smeden met de verschillende partners uit de buurt is in dit proces essentieel.
Buurtsport en BIS (Brussel Integratie door Sport) zijn onze prioritaire partners in deze zones. Daarnaast is er het naschools sportaanbod, de initiaties, lessenreeksen en sportkampen van de VGC-sportdienst en het sportaanbod van allerhande jeugd- en welzijnsorganisaties binnen deze wijken.
Tijdens de studiedag "Inclusie in en door Sport" deed ik een warme oproep aan organisaties uit de buurten om mee te reflecteren over methodes om de sportparticipatie kwalitatief en kwantitatief te verhogen.
Hieronder kan u mijn speech uit deze studiedag nalezen.
Beste vrienden,
“When a child plays, the world wins.”
Dat zijn de begeesterende woorden van Johann Olav Koss, een gewezen Olympisch kampioen snelheidsschaatsen die zich na zijn topsportcarrière is gaan ontfermen over de sportkansen van kansarme kinderen in alle uithoeken van de wereld.
Wanneer we deze tot engagement oproepende zin vertalen naar ons Brussel dan wordt het:
“Als onze ketten sporten, dan wint Brussel.” …
En voor die overwinning, dames en heren, wil ik als VGC-collegelid verantwoordelijk voor sport voluit gaan!
Tal van studies en onderzoeken wijzen op het stijgend belang van sport. Sport is uitgegroeid van een kleinschalig verschijnsel tot een mondiaal fenomeen, met uiteenlopende dimensies, verschijningsvormen en betekenissen. Prof. Paul De Knop telde in zijn sociologisch onderzoek 24 functies en betekenissen van sport waaronder de belangrijkste: de gezondheidsfunctie, democratiserende werking, de plezierbeleving, de herstelfunctie, de identificatiefunctie, de integratiefunctie, de interactiefunctie, de ontspanningsfunctie, de ontwikkelingsfunctie, de economische betekenis…
Voor ons Brussel is sport zeker een soort maïzena, een sociaal bindmiddel dat als bijkomend positief effect heeft dat je er niet dik van wordt.
Voor sociale integratie in de stad is sport een hefboom bij uitstek. Tal van wetenschappelijke studies illustreren dat het verenigingsleven – en het sportverenigingsleven in het bijzonder – het sociaal weefsel versterkt en de verzuring tegengaat. Het bijkomend positief effect is hier dat het spierweefsel versterkt, maar verzuring van benen of armen – dat zit er ook in.
Dames en heren, we stellen vast – niet alleen in Brussel trouwens - dat het belang van andersgeorganiseerd sporten toeneemt.
Een groeiend aantal mensen beweegt en sport niet meer bij een traditionele sportvereniging, maar kiest voor een sportomgeving die voldoet aan de individuele wensen en behoeften. Dit gebeurt in verschillende vormen. Enkele voorbeelden zijn: joggen in het park, een cursus streetdance, wekelijks volleyballen met vrienden, sporten uitproberen via de Sport Na Schoolpas, een zumbareeks volgen in het gemeenschapscentrum, een partijtje zaalvoetbal met collega's, gaan rollerbladen met een groep vrienden, oriëntaals dansen onder madammen… noem maar op… allemaal sporten die zich afspelen buiten het klassieke, door federaties ondersteunde sportverenigingsleven.
Beide sportvormen - zowel het klassieke sportverenigingsleven als de andersgeorganiseerde sport dus - hebben we bij het schrijven van het sportbeleidsplan van de VGC voor de beleidsperiode 2011-2015 stevig onder de loep genomen. We zijn daarbij vertrokken van een aantal vragen:
- Hoe kunnen we drempels verder wegnemen?
- Wat kunnen we doen om participatie en samenwerking nog meer te bevorderen?
- Hoe kunnen we nog meer op maat van aanbod en doelgroep ondersteunen en hoe communiceren we hierover?
- Hoe bewaken we kwaliteit en evenwicht in ons Brussels sportlandschap?
- En hoe integreren we dat allemaal evenwichtig in één bovenlokaal beleid?
Het resultaat is een transversaal en integraal plan dat de mogelijke partners oproept om een reikende hand uit te steken. We kunnen elkaar immers versterken - of we nu sport als middel of sport als doel zien – om Brussel te laten zweten. We kunnen elkaar versterken zowel binnen de sportsector als erbuiten.
Nu ik over binnen en buiten begin kan ik meteen een naadloze overgang naar het thema van dit congres maken. Op dit congres staan we immers stil bij het thema inclusie in en door sport.
Inclusie betekent insluiting. Het is een mooi principe waarbij men uitgaat van gelijkwaardige rechten en plichten. Achtergestelde groepen mogen geen toegankelijkheid ontzegd worden in een inclusieve samenleving. Hindernissen voor sociale participatie moeten letterlijk en figuurlijk worden weggewerkt, zodat iedereen naar beste vermogen kan deelnemen aan het maatschappelijk leven.
De verantwoordelijkheid tot ‘aanpassing’ ligt niet alleen bij de sociaal-economisch achtergestelde groep, een argumentatie die dikwijls de kop opsteekt wanneer men het heeft over integratie, maar het is de maatschappij zelf die zichzelf aanpast aan de nieuwe uitdagingen – te beginnen door een meerwaarde te zien in diversiteit.
Kader Abdellah, een schrijver die enkele jaren geleden de Koran vertaalde naar het Nederlands en ons vooral in contact wilde brengen met de schoonheid van zijn cultuur van herkomst zei ooit: “Wij zijn naar hier gekomen om te veranderen en veranderd te worden.” Dat is simpel gezegd, maar in de fond is een ontmoeting met een ander open staan voor verandering. Sommigen vrezen daarbij angstig voor normenvervaging, anderen ruiken juist de dynamische energie van vernieuwing en verfrissing – van verandering.
Inclusie is een stap naar een samenleving zonder drempels, Inclusie staat voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap. Inclusie staat ook voor een open geest, een gemeenschap die zichzelf durft heruitvinden in de uitdagingen van morgen.
Dat is niet gemakkelijk, maar we zijn dan ook sportminded – en dat wil zeggen dat de lat bij een nieuw rondje al eens hoger kan gelegd worden.
Ik ben dan ook zeer verheugd met dit initiatief, met dit congres. Een bijeenkomst van mensen die elkaar willen prikkelen - om slagvaardig nieuwe horizonten te verkennen.
Expertisedeling en afstemming is in dit proces noodzakelijk. Goede praktijken kunnen ons allen inspireren naar een nieuwe aanpak. Dit symposium is ook een uitgelezen kans om toekomstige partners en de VGC-sportdienst te leren - of beter - te leren kennen. Dit symposium zal naar mijn mening dan ook slechts geslaagd zijn als er concrete acties uit ontspruiten.
Van een politicus wordt verwacht om dat hij concrete antwoorden geeft op de uitdagingen waar we voor staan maar om dit symposium in te leiden zou ik toch wat vragen willen stellen:
Hoe doet men aan sportstimulering en hoe activeert men verschillende doelgroepen?
Hoe krijgt men deze ongebonden activering getransformeerd in een regelmaat – in een sportief engagement?
Hoe werkt men aan een grotere bereikbaarheid? Hoe plant men zijn activiteiten in in de buurt? Hoe doet men aan omgevingsgericht werken – en netwerken?
Kwetsbare wijken kennen veelal een schaarste aan beschikbare infrastructuur – hoe gaat men hiermee creatief om?
Welke drempels verlaagt men om zoveel mogelijk mensen te bereiken? Hoe doet men dat en met welk gevolg? Geeft dat fricties met andere actoren uit het sportlandschap? Hoe lost men die op?
Hoe speelt men snel en vindingrijk in op de vraag? En hoe laat men dit aanbod kaderen binnen het ruimere VGC aanbod?
Hoe gaat men om met de verscheidenheid in doelstellingen, aanbod en organisatievormen van de verschillende actoren en sectoren op het veld?
We willen jongeren activeren, samenbrengen en responsabiliseren via sport - eender of het nu gaat over de competitieve variant in clubverband of de andersgeorganiseerde sport uit een buurtwerking. We willen met verschillende partners samen het net spannen om dit mogelijk te maken. Dan moeten we volgens mij vooral één cruciale vraag stellen:
Wat zijn de randvoorwaarden waardoor sport zich transformeert tot een gezond, sociaal, ontspannend en sporttechnisch kwalitatief bindmiddel in ons bruisend Brussel?
Ik zou zeggen: bijt jullie tanden maar stuk op deze hamvraag, wij zullen de antwoorden erop een plek geven in de uitvoer van het sportbeleid – een beleid dat we samen maken.
Dank u wel, veel succes én veel plezier.
Bruno De Lille


