Museum Night Fever bekoort vooral jonge bezoekers

Rubriek:
persberichten

Tijdens Museum Night Fever was ongeveer 70 procent  van de bezoekers tussen 18 en 35 jaar oud. Dat blijkt uit een publieksenquête die de Brusselse Museumraad, organisator van de museumnacht, hield. Bovendien steeg het aantal bezoekers met een museumpas voor het vierde jaar op rij van 4.500 in 2008 tot meer dan 14.000 in 2011. Dat meldt Bruno De Lille (Groen!), VGC-collegelid voor Cultuur, Jeugd en Sport vandaag.

“Museum Night Fever haalt duidelijk een aantal vastgeroeste clichés onderuit: erfgoed is niet stoffig en jongeren zijn wel degelijk geïnteresseerd in musea”, aldus De Lille.

De publieksenquête die gehouden werd tijdens de museumnacht eind februari, is nog niet volledig verwerkt maar er zijn wel al een paar algemene cijfers bekend.

Daaruit blijkt dat ongeveer 70 procent van het publiek behoorde tot de leeftijdscategorie 18-35 jaar. De publiekscijfers zijn in de afgelopen jaren stelselmatig gestegen:  ±4.500 in 2008, ±10.500 in 2009, ±12.000 in 2010 en ±14.100 in 2011.

Ook het aantal bezoeken van de deelnemers aan de verschillende musea steeg evenredig.  Zo werden de deelnemende musea 13.272 keer bezocht in 2008, 30.857 keer in 2009, 35.070 keer in 2010 en werd een record bereikt in 2011 met 46.740 bezoeken.  

“We zijn zeer blij met deze cijfers. Om deze positieve evolutie verder te zetten zal  de VGC dit geweldige evenement blijven ondersteunen”, verklaart staatssecretaris De Lille.

Wat het aantal deelnemende musea betreft lag het aantal respectievelijk op 7 (2008), 14 (2009), 20 (2010) en 19 in 2011. “Qua deelnemende musea was het dus voor 2011 geen recordjaar maar er waren wel enkele grote nieuwe musea bij zoals Wiels en het Museum voor Natuurwetenschappen. We houden het aantal musea bewust lager om de organisatie van het evenement haalbaar en overzichtelijk te houden”, dixit Leen Ochelen, directrice van de Brusselse Museumraad.

Uit de resultaten van de publieksenquete 2010 bleek eerder dat de Museum Night Fever zeer drempelverlagend werkt want van de bezoekers beweert ongeveer 19 procent anders nooit musea te bezoeken. Zo’n 44 procent bezoekt dan weer slechts 1 à 3 musea per jaar. De overige bezoekers brengen wel regelmatig een bezoek aan musea.  

Bij ongeveer 70 procent van de museumbezoeken ging het om het eerste bezoek aan het desbetreffende museum. Ongeveer 14 procent van de bezoekers woont bovendien niet in België. Van die niet-Belgische bezoekers woonde 48 procent in Frankrijk, 14,5 procent in Nederland, 10 procent in Duitsland en 6 procent in Spanje.