Molenbeek, Mortier en Miserie

Rubriek:
Opinie

Molenbeek staat weer in de krant. De Mortierbrigade gaat ontgoocheld weg. Door inbraken, omdat het personeel lastiggevallen werd en vooral omdat ze niet gehoord werden door de gemeente, door de burgemeester. Ik begrijp ze. En ik begrijp de burgemeester van Molenbeek helemaal niet. Wat denkt Philippe Moureaux? Dat de problemen zullen verdwijnen als je erover zwijgt? Dat de mensen echt zullen geloven dat het maar een indruk is, een gevoel, dat ze zich zaken in hun hoofd halen?

 

Luckas Vander Taelen zei het gisteren nog: “Praten over de problemen in Brussel, is de eerste stap om de problemen op te lossen.” Hij heeft 200% gelijk: daar moeten we mee beginnen. En de burgemeester hoeft niet bang te zijn: het is niet de bedoeling van alle schuld in zijn schoenen te schuiven noch van zijn politie-agenten te culpabiliseren. Iedereen weet dat er geen mirakeloplossingen bestaan. We moeten alleen dringend dat gesprek aangaan. Over de grenzen van meerderheid en oppositie heen want niemand wordt beter van deze situatie.

 

Als Moureaux het niet van een Groen!e wil aannemen, dan kan hij misschien het interview met zijn geestesgenoot Patrick Janssen in DS van zaterdag 18 juni lezen. Die zegt het zo: ”Antwerpen beleefde een soort leerproces. De realiteit drong zich op. Het discours is veranderd. De stad redeneert meer beleidsmatig en minder politiek. Daarbij helpt het als de meerderheid toegeeft dat er fouten zijn gemaakt. Een coalitie die onder druk staat, verdedigt zich defensief met de stelling dat ze het allemaal perfect heeft aangepakt. Het beamen van fouten genereert een ernstiger debat.”

 

Laten we dat debat dus maar aangaan. Zonder telkens iemand met de vinger te willen wijzen. Een debat ook zonder taboes. Want het is tegenwoordig politiek correct om te zeggen dat de overlast hard moet worden aangepakt, maar ’t is blijkbaar minder politiek correct van te zeggen dat we daarna de problemen ook nog structureel moeten aanpakken. Verder werken als de pers verdwenen is.

 

Laat me duidelijk zijn: als de zaken uit de hand lopen, dan moet de politie kordaat reageren. Die reactie verwachten we hier en nu van hen. Als de situatie in een buurt uit de hand loopt, als vrouwen een bewaker nodig hebben om naar hun wagen te kunnen lopen, als er constant ingebroken wordt, … dan moet de politie ingrijpen. Punt. De criminelen oppakken, vervolgen. Dan moet niemand komen uitleggen waarom die overlast, dat gedrag, die inbraken er zijn. Dan moet niemand komen uitleggen dat je begrip moet hebben. Of – godbetert – dat je zelf je gedrag moet aanpassen, niet mag uitlokken, … Op overlast moet je kordaat reageren. Altijd.

 

De burgemeester van Molenbeek heeft echter wel gelijk als hij klaagt over een tekort aan agenten. En dat is vaak geen kwestie van geld. In veel zones trekken de gemeenten geld genoeg uit voor hun politiewerking maar vindt men geen kandidaten die er willen werken. En systemen om lokale jongeren on the job op te leiden en ze daarna (na een volwaardig examen) op te nemen in het korps, blijken om de een of andere reden altijd weer stuk te lopen op regels en systemen die niet mee willen in deze logica. Onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. Een oproep dus naar de minister Turtelboom om daar werk van te maken.

 

Maar ook in andere Brusselse zones zijn er te weinig agenten en ook in andere politiezones zijn er probleembuurten. Schaarbeek is daarbij een goed voorbeeld van hoe een andere aanpak resultaat kan opleveren: men heeft er verschillende kleine commissariaten opgericht in de wijken (dag en nacht open trouwens), er is een systeem uitgewerkt waarbij een patrouille binnen de twee minuten bij probleemsituatie aanwezig is, de politieagenten zijn nergens in Brussel vaker op straat te vinden, ... Resultaat: de zone Brussel Noord staat nog maar zelden in de krant, de mensen voelen zich veiliger en de gemeente trekt meer en meer een gemengd publiek aan.

 

Met Groen! en Ecolo hebben we enkele maanden geleden aan toenmalig koninklijk onderhandelaar Vande Lanotte concrete voorstellen gedaan om de werking van de Brusselse politie te verbeteren. Heel pragmatisch en snel uitvoerbaar. De zes politiezones worden behouden maar er komen gemeenschappelijke diensten die werken op het gewestelijke niveau onder een minister voor veiligheid voor taken die eigen zijn aan de grootstedelijke problematiek zoals rellen, de beveiliging van internationale instellingen,.... Op gemeentelijk niveau blijft de nabijheid van de politie gegarandeerd. En door een intelligent gebruik van administratieve boetes in combinatie met een gecoördineerde aanpak met het parket kan je zorgen voor een krachtdadiger aanpak van delinquente jongeren.

 

Maar na de repressie, moeten we de zaken structureel aanpakken. Heel wat jongeren zitten in Brussel vast in een eindeloze cirkel van armoede, slechte scholing, discriminatie en werkeloosheid. Is dat een reden om je crimineel te gaan gedragen? Nee. En de meeste mensen die in deze situatie zitten, doen dat dan ook niet. (Ze delen wel mee in de klappen als er weer eens bewezen moet worden dat we durven optreden: worden 101 keer gecontroleerd, moeten ook extra betalen om in Hofstade te kunnen gaan zwemmen, … ). Maar als je niets te verliezen hebt, dan kom je wel sneller in de criminaliteit terecht. Zonder dat goed te keuren, is dat gewoon een objectieve vaststelling. Dus moeten we die cirkel doorbreken.

 

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, probeert Brussel daar iets aan te doen: het parlement werkte 53 concrete maatregelen rond armoedebeleid uit, er zijn de inspanningen om tot meer gemengde wijken te komen, er is de verplichte begeleiding van werkelozen jonger dan 25,...

 

Goede maatregelen, nodige maatregelen maar ... vooral maatregelen post factum. We proberen de zaken te ‘repareren’. Een structurele oplossing moet echter vertrekken van het onderwijs. Goed onderwijs op maat van Brussel. Dat vragen we met Groen! al jaren. Luckas herhaalde ons standpunt vrijdag nog eens: “Alles begint met een goed onderwijs. Brussel is hier te veel het kind van de rekening geworden van eigengereid beleid van de bevoegde gemeenschappen. De specifieke Brusselse situatie vereist een specifieke aanpak die veel meer inzet op tweetaligheid en opnieuw een toekomstperspectief biedt voor de Brusselse jongeren.

 

In Brussel is het namelijk niet zo dat mensen geen werk vinden omdat ze een verkeerd beroep of een verkeerde studierichting hebben gekozen, maar wel omdat ze geen diploma hebben, omdat ze het middelbaar zelfs niet hebben afgewerkt. Het is daarbij heel vreemd dat we wachten tot jongeren 18 zijn, voor we ze bij de hand gaan nemen en zeggen “en nu gaan we je begeleiden”. We weten namelijk al veel vroeger wie die probleemjongeren zullen zijn. De problemen beginnen niet aan 18. Als ze in het lager onderwijs zitten, kan je het vaak al voorspellen. Als je dan ook nog eens weet dat zo’n begeleiding nadien veel duurder is, dan als je zou ingrijpen terwijl die kinderen nog op de schoolbanken zitten, dan zou de conclusie toch snel gemaakt moeten zijn? We moeten investeren in het onderwijs. Meertalige kinderen afleveren. Maken dat ze hun diploma halen.

 

Maar dat kan niet. Want dat is de verantwoordelijkheid van de gemeenschappen. En – als ik even mag provoceren - aangezien het overgrote deel van de leerlingen van die gemeenschappen binnen Wallonië en Vlaanderen woont, ligt men daar niet echt wakker van die Brusselse leerlingen en zo wordt het falen van die Brusselse leerlingen – en dan druk ik me eigenlijk verkeerd uit want het gaat natuurlijk over het falen van ons onderwijssysteem – plots niet meer als prioritair gezien. En zo houden we onze eigen problemen in stand.

 

De ene gemeenschap zegt dat ze geen geld heeft, de andere dat het haar problemen niet zijn... Het resultaat: verloren generaties kinderen en jongeren.

 

Het vreemde is dat iedereen weet dat de sleutel bij onderwijs ligt. Goed, als iedereen het daar dan over eens is, waarom zetten we ons dan met zijn allen niet samen? Overheden, academici, leraren en leraressen, ouders en kinderen ... Laten we samen zoeken naar een methode waarmee we de Brusselse jongeren goed kunnen opleiden. Zonder vast te blijven zitten aan systemen die in Vlaanderen of Wallonië misschien werken maar hier gefaald hebben, gebaseerd op de specificiteit van de Brusselse situatie waar we met heel veel anderstalige kinderen en jongeren uit sociaal achtergestelde omgevingen moeten werken. Met kwaliteit, meertaligheid en het ontwikkelen van de talenten waarover onze jongeren beschikken als streefdoel. Als we willen dat die kinderen en jongeren kansen grijpen om vooruit te geraken in het leven, laten we dan eerst die kansen creëren. Zonder taboes, maar samen streven naar een resultaat.

 

Het resultaat zal er niet meteen zijn, maar ik ben er van overtuigd dat we op deze manier het begin kunnen maken van een nieuw Brussel. Brussel moet en zal daarbij zijn deel doen maar kan dat niet alleen: iedereen de handen uit de mouwen dus, zonder schuldigen te willen zoeken of zwartepieten te willen uitdelen maar samen. Voorbij het cynisme, voorbij de commentaren, voorbij de kortetermijnpolitiek. Want of we nu arm, rijk of middenklasse zijn… eigenlijk willen al die Brusselaars hetzelfde: een leefbare stad, een stad waarin je jong mag zijn en oud wil worden.