Brussel werkt hard aan slimmere regelgeving

Rubriek:
persbericht

Op 26 oktober vond in het Brussels Hoofdstedelijk parlement het colloquium Slimme Regelgeving (Smart Regulation) plaats. Verschillende binnen- en buitenlandse gasten gaven hun visie op wat een slimme, misschien wel de “slimste regelgeving” is. “Slimme regelgeving” is een vorm van directe democratie. Regelgeving van, voor maar ook door de burgers”, aldus initiatiefnemer Bruno De Lille (Groen!), Brussels staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging.    

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wil de administratieve lasten met 25 procent verlagen. Er werden daartoe reeds verschillende beslissingen genomen. Het colloquium “Smart Regulation” past in dat kader.

Smart regulation of slimme regelgeving staat synoniem voor betrokkenheid van de burgers. De burgers en bedrijven worden gevraagd wat zij van een bepaalde problematiek vinden waarvoor regelgeving nodig is. Dit kan door op straat mensen te raadplegen maar ook via een website, via brieven,…de mogelijkheden zijn legio.

Eens het advies en de voorstellen van de burgers en bedrijven zijn verzameld, is het aan de overheid om hier feedback op te geven: waarom de overheid dit zal gebruiken of waarom juist niet. “Door dit te doen creëer je een groter maatschappelijk draagvlak voor je wetgeving en is deze ook op maat gemaakt van zijn doelgroep”, dixit De Lille.

De huidige economische, sociale en ecologische omstandigheden vragen er volgens de staatssecretaris om dat het beleid efficiënter wordt in zijn genomen maatregelen. Enerzijds om de kosten te beperken maar anderzijds om tot de best mogelijke oplossing te komen voor de gebruikers.

Deze gebruikers zijn zowel de burgers, de ondernemingen als de verenigingen. Zij staan centraal in de “slimme regelgeving”. De hulpmiddelen van de slimme regelgeving zorgen ervoor dat de nieuwe maatregelen in proportie en doelgericht zijn en dat ze geen belemmering vormen voor de economische groei.

Burgers moeten in staat zijn om te begrijpen waarom bepaalde regelgeving nodig is, wat de voordelen ervan zijn, wat hun bijdrage zou kunnen zijn. “De gebruikers moeten centraal staan in het wetgevend proces. We moeten dus hun behoeften beter leren kennen, we moeten hun denkwijzen, hun opvattingen onderzoeken . Door deze kennis te gebruiken kunnen wij de gebruikers aantonen waarom iets nodig is en zo ons doel optimaal bereiken. Dit moet ons in staat stellen bepaalde beslissingen, bepaalde regelgeving relevanter en pertinenter te maken”, besluit De Lille.