Acht artistieke projecten beloond met subsidie
Acht Brusselse kunstenpodia en -verenigingen krijgen dit najaar een subsidie voor vernieuwende kunstenprojecten van Bruno De Lille, Collegelid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie bevoegd voor cultuur. Daarmee wil hij maximaal inzetten op de laboratoriumfunctie van de hoofdstad. Want alleen door gevestigde waarden en nieuw artistiek talent de ruimte te bieden om te experimenteren en te vernieuwen, blijft het Brusselse cultuuraanbod op hoog niveau.
Bruno De Lille: "Ik ben blij dat maar liefst acht goede projecten een subsidie krijgen. Daar zijn niet alleen gevestigde waarden bij. Ook nieuw artistiek talent krijgt bij Bâtard en Jeugdhuis Trefcentrum ‘Y de kans zich aan het grote publiek te tonen."
47.500 euro verdeeld over acht projecten
De projecten kregen een positief advies van de Werkgroep Kunsten van de VGC-administratie. De Lille volgde dit advies en kende aan alle acht een projectsubsidie toe: vzw Caravan Production (7.500 euro), vzw Moussem Antwerpen (5.000 euro), vzw Boris (7.500 euro), vzw The Other (7.500 euro), vzw Bâtard Brussels (10.000 euro), vzw Jeugdhuis Trefcentrum ‘Y (2.500 euro), vzw Fonds Henri Storck (2.500 euro) en Saddie Choua (5.000 euro). In totaal gaat het om een bedrag van 47.500 euro.
Bruno De Lille: "Zo'n projectsubsidies zijn absoluut noodzakelijk. Ze geven zuurstof aan het bestaande cultuurlandschap en geven het telkens nieuwe impulsen."
De lat ligt hoog
Bruno De Lille: "De projecten die een subsidie ontvangen, bieden stuk voor stuk een meerwaarde aan het Brusselse grootstedelijke cultuurlandschap. Zo vertrekt Moussem van kunst en cultuur uit de Maghreblanden en het Midden-Oosten. Ook Saddie Choua gaat aan de slag met de migratieproblematiek. Bovendien brengen de kunstenaars ook uiteenlopende kunstvormen: dans, theater, muziek, performance en film. Ze tonen een dwarsdoorsnede van wat bruist in Brussel, zowel qua inhoud als qua vorm."
Alle aanvragen, in totaal 19, werden uitgebreid bestudeerd en besproken. Daarbij werd vooral gekeken naar de artistieke relevantie, de speel- en overlevingskansen, het verrassingseffect, de mate van vernieuwing, de eigenzinnigheid, de systematische dialoog met de sociale werkelijkheid en de grootstedelijke realiteit en de publiekswerking.







